logo VTC

Vlaamse Toezichtcommissie
voor de verwerking van persoonsgegevens

Logo Vlaamse leeuw

 

Is uw organisatie een Vlaamse bestuursinstantie?

Laatst aangepast op 06/09/2018

Opgepast: dit schema geldt voor het bepalen van de instanties waarvoor de VTC bevoegd is voor zover specifieke wetgeving niets anders bepaalt. Op dit moment is de beslissingsboom bruikbaar om de bevoegdheid inzake protocollen uit te klaren en inzake meldingen van inbreuken en het behandelen van klachten.

Is uw organisatie een Vlaamse bestuursinstantie zoals bedoeld in artikel 4, §1, van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur?

Dat is het geval als uw organisatie tot een van volgende categorieën behoort.
Combinaties zijn mogelijk, bv. voor gemeentelijke onderwijsinstellingen.

Vlaams Parlement:
1° het Vlaams Parlement en de eraan verbonden instellingen;

Vlaamse Regering
2° de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
Hieronder vallen onder andere alle departementen en agentschappen van de Vlaamse Overheid.

Lokale overheden
3° de gemeenten en de districten;
4° de provincies;
5° de andere gemeentelijke en provinciale instellingen, met inbegrip van de verenigingen zonder winstoogmerk waarin één of meer gemeenten of de provincies minstens de helft van de stemmen in één van de beheersorganen heeft of de helft van de financiering voor haar rekening neemt;
6° de verenigingen van provincies en gemeenten, bedoeld in de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales, en de samenwerkingsvormen zoals geregeld in het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;
7° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, hierna O.C.M.W.'s te noemen, en de verenigingen, bedoeld in hoofdstuk 12 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende O.C.M.W.'s;
8° de polders, bedoeld in de wet van 3 juni 1957 betreffende de polders, en de wateringen, bedoeld in de wet van 5 juli 1956
betreffende de wateringen;
9° de kerkfabrieken en de instellingen die belast zijn met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten;

Andere
10° alle andere instanties binnen het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap.
Hieronder vallen bijvoorbeeld bijna alle onderwijsinstellingen en een aantal vzw’s.
Dit is een moeilijker categorie die we apart bekijken hieronder.

 

Valt mijn organisatie onder de andere instanties van artikel 4, §1, 10°?

De omzendbrief 2006/26 van 1 december 2006 betreffende openbaarheid van bestuur vermeldt de volgende voorbeelden: “Gimvindus, Aquafin, allerhande adviesorganen, fondsen, VZW's waarbij de Vlaamse Regering is toegetreden, onderwijsinstellingen...”.

Op basis van de bevindingen van de openbaarheidsspecialist van de Vlaamse Overheid kunnen we de volgende richtlijnen geven:

Het e-govdecreet verwijst enkel naar 4, §1 en niet naar artikel 3 maar waarschijnlijk moet artikel 3 toch toegepast worden:

Artikel 3, 1°, lid 1 van het decreet van 26 maart 2004 definieert een bestuursinstantie als:
a) een rechtspersoon die is opgericht bij of krachtens de Grondwet, een wet, decreet of ordonnantie;
b) een natuurlijke persoon, een groepering van natuurlijke personen, een rechtspersoon of groepering van rechtspersonen die in hun werking bepaald en gecontroleerd worden door een bestuursinstantie zoals bedoeld in a); (organiek criterium)
c) een natuurlijke persoon, een groepering van natuurlijke personen, een rechtspersoon of groepering van rechtspersonen, voor zover ze door een bestuursinstantie zoals bedoeld in a) belast zijn met de uitoefening van een taak van algemeen belang of voor zover zij een taak van algemeen belang behartigen en beslissingen nemen die derden binden. (functioneel criterium)

Deze twee criteria verdienen dan weer wat uitleg:
- organiek criterium: zowel natuurlijke personen als rechtspersonen van wie de werking wordt bepaald en gecontroleerd door een bestuursinstantie in de zin van artikel 3, 1°, lid 1, a) van het decreet van 26 maart 2004, vallen onder het begrip “bestuursinstantie”. Dit criterium formuleert twee cumulatief te vervullen voorwaarden, i.e. dat de werking van een persoon wordt gereglementeerd én gecontroleerd door de overheid.

De Raad van State heeft in zijn arrest nr. 221.642 van 6 december 2012 (in verband met de toepassing van het openbaarheidsdecreet op de vrije onderwijsinstellingen) in dat verband heel duidelijk geoordeeld dat “de overheidsinmenging in rechtspersonen fundamenteel moet zijn”: dus enkel als ingevolge de overheidsinmenging in de werking de organisatie als het ware een verlengstuk wordt van de overheid.

- functioneel criterium: ofwel uitdrukkelijk belast zijn met de uitoefening van een taak van openbaar belang, of als dat niet gebeurd is (zoals bij vrije onderwijsinstellingen) een taak van openbaar belang uitoefenen én ook beslissingen nemen die derden binden.

De VTC heeft in de kader van de toepassing van het e-govdecreet voor enkele categorieën instanties navraag gedaan naar de toepassing van de criteria van het openbaarheidsdecreet:

Woonzorgcentra:
Er moet geval per geval bekeken worden of een WZC al dan niet kan worden beschouwd als een bestuursinstantie in de zin van het openbaarheidsdecreet.
De statuten zullen van doorslaggevende aard zijn: een WZC kan in handen kan zijn van een vzw, zonder commerciële inslag, dan wel van een louter privé-bestuur (vaak een nv of bvba) met commerciële inslag, dan wel in handen kan zijn van een OCMW of een andere openbare instantie. Een louter privaatrechtelijke WZC, waar geen enkele inspraak is van welke overheid dan ook, zal moeilijk kunnen beschouwd worden als een “verlengstuk” van de overheid. Maar dit ligt wellicht anders in een woonzorgcentrum dat binnen de schoot van een OCMW werd opgericht en dat wellicht wel als een bestuursinstantie zal kunnen worden beschouwd.

Zorgbedrijven:
In de praktijk zullen de ziekenhuizen en de zorgbedrijven als een bestuursinstantie moeten worden beschouwd, als het gaat om verenigingen die vallen onder het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW-decreet).

Voorzieningen integrale jeugdzorg
Deze voorzieningen worden door de VTC beschouwd als Vlaamse instanties.

Vrije onderwijsinstellingen:
Vrije onderwijsinstellingen vallen niet onder het toepassingsgebied op grond van artikel 3, 1°, b) van het openbaarheidsdecreet. Ze zijn enkel gevat als ze beslissingen nemen die derden binden (diploma’s, examens …) en dan vallen ze onder de definitie van artikel 3, 1°, c) van het openbaarheidsdecreet. Dus niet voor verwerkingen betreffende hun personeel, wel van de studenten. (R.v.St. arrest nr. 221.642 van 6 december 2012).

Politiezones
Politiezones zijn geen Vlaamse maar federale instanties.

Hulpverleningszones
De taken toevertrouwd aan de hulpverleningszones zijn een federale bevoegdheid. Hulpverleningszones kunnen niet worden beschouwd als een instantie binnen het Vlaamse Gewest. (zie https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/beslissing-ovb2017248 )